Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

STANG

betekenis & definitie

STANG - v. (-en), staaf van metaal, hout, glas enz.: koperen, glazen stange',

— (jag.) hoofdtakken van een gewei;
gebit aan een paardentuig ; een paard op de stang rijden, het flink den teugel doen gevoelen ;
— iem. op de stang rijden, hem streng behandelen. STANGETJE, o. (-s).