Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

SPIL

betekenis & definitie

SPIL - v. (-len), pin van hout of metaal, welke de as van een ronddraaiend ding uitmaakt; (fig.) dit is de spil, waarom alles draait, het voorwerp waarvan alles afhangt;

— as (van een windwijzer); stander eener wenteltrap; (drukk.) schroef; (garen-) winder; staaf (van een spinnewiel en een aantal andere voorwerpen);
— (wap.) (eert.) bewijs van adeldom van moederszijde; halm (eener korenaar);
—: o. (-len), (scheepsw.) een werktuig aan boord der schepen in gebruik, om ankers te lichten en verder om te verhalen in het algemeen, bij het verplaatsen van zware lasten, om er de loopers der takels rond te leggen. SPILLETJE, o. (-s).