Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

SNAPHAAN

betekenis & definitie

SNAPHAAN - m. (...hanen), geweer, vuurroer waarbij de brandende lont aan een haan bevestigd was; (fig.) gauwdief, struikroover; je bent een rare snaphaan, je bent een rare snuiter;

— (zeew.) knietje onder de raas.
SNAPHAANTJE, o. (-s).