Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

SIERAAD

betekenis & definitie

SIERAAD - o. (...raden,

...radiën), tooi, tooisel, versiering: sieraden in eene kerk;
opschik, opsmukking: om mooi te zijn heeft zij geen sieraad noodig;
— (fig.) trots, eer, iets waarop men room draagt: deugd is het schoonste sieraad; hij is het sieraad der gansche stad.
SIERAADJE, o. (-s).