Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

SCHRIL

betekenis & definitie

SCHRIL - bn. bw. (-Ier, -st), beschroomd, angstvallig : een schrillen blik om zich heen werpen;

schraal, scherp, schelklinkend : eene schrille stem ; schrille tonen ;
— zeer scherp afstekend : schrille kleuren; schrille tegenstelling.