Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 24-02-2020

Schilderen

betekenis & definitie

Het begrip schilderen heeft 2 verschillende betekenissen:

1. schilderen - schilderen - (schilderde, heeft geschilderd), met het penseel afbeeldingen maken, verven, malen: op doek, op hout, op natte kalk, op glas schilderen; met waterverf, in olieverf schilderen; naar het leven, naar de natuur schilderen; levensgroot, in miniatuur schilderen;
— (fig.) (w. g.) iem. niet geschilderd kunnen zien, hem verachten, haten;
— (fig.) die jas zit u als (aan ’t lijf) geschilderd, keurig netjes;
— zijn huis laten schilderen, door een huisschilder laten verven;
— (fig.) beschrijven, voorstellen (door een fraaien stijl): die schrijver weet zijne personen te schilderen, te penseelen zelfs; de ondeugd met de levendigste kleuren schilderen. SCHILDERING, v. (-en), het schilderen, tafereel, schilderij; (fig.) beschrijving.

2. schilderen - schilderen - (schilderde, heeft geschilderd), op schildwacht staan : 2 uur schilderen;
— wachten, op en neer loopen : op zijn meisje schilderen.