Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 29-11-2018

Schermen

betekenis & definitie

Schermen - (schermde, heeft geschermd), naar zekere kunstmatige regels den degen hanteeren (als gymnastische oefening); ook schermen met de lans, de bajonet, den langen en den korten stok; schermen leeren; hij schermt meesterlijk;

— (fig.) veel en ijdel praten, snoeven: in den wind schermen; in de lucht schermen; met woorden schermen; in het wild schermen;
— lang over en weer dingen en bieden : zij schermden lang over dien koop; de kieviten schermen, werpen zich langs allerlei kronkelbewegingen de lucht in om zich bij het wijfje aangenaam te maken.