Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 29-11-2018

Schelling

betekenis & definitie

Schelling - m. (-en), Oudned. zilveren muntstuk (= 6 stuivers of 30 cent). SCHELLINKJE, o. (-s), verkleinw. van schelling; (bij uitbr.) in eene komedie, gebouw enz. de laagste rang, waar voor eene plaats een schelling betaald wordt of werd, de engelenbak.