Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 24-02-2020

Rood

betekenis & definitie

Het begrip rood heeft 2 verschillende betekenissen:

1. rood - rood - o. eene der zeven hoofdkleuren: Engelsch rood, rood ijzeroxyde dat als poeder een uitstekend polijstmiddel is, ook polijstrood geheeten; best rood, eene soort van gebakken steenen;
— (plantk.) roest: zekere ziekte op de bladen der groote boonen, snijboonen, saladeboonen en op de bladen der pereboomen; een glaasje rood, roode jenever;
— hij behoort tot de rooden, de socialisten.

2. rood - rood - bn. (-er, -st), van eene roode kleur: zoo rood als bloed, als een gekookte kreeft, als een kalkoen;
— rood zien van schaamte, van toorn. daarvan eene hoogroode kleur hebben; zijne handen waren rood van ’t bloed, met bloed bevlekt;
— als teeken van gezondheid : roode wangen, roode lippen, eene roode kleur hebben;
— zijne oogen rood wrijven, weenen, zóó lang wrijven, weenen, tot ze rood zien ;
— dat staat met eene roode letter aangeteekend, wordt in hooge eere gehouden;
— (van haren) ros, rosachtig: hij heeft een rooden baard en roode haren ; een vos is rood ;
— de roode vlag, de bloedvlag; de walvisch toont de roode vlag, blaast bloed uit, doordat zijn longen gewond zijn;
— de roode stam, het Amerikaansche ras ;
— (Zuidn.) vurig; (plantk.) roode remke, zie op REMKE;
— (gew.) de roode hond, zie ROODEHOND;
— (nat. hist.) roode poon, groote poon of groote zeehaan ;
— (gew.) roode visch, zalm als spijs;
— rood vleesch, paardevleesch;
— de roode partij, die der socialisten ;
— het roode spook, de geest der ontevredenheid, het socialisme ; hij ziet overal het roode spook in, overal vreest hij den invloed van het socialisme;
— de roode haan, een roode draad, het roode kruis, hij is rood op de graat, een rood paspoort, zie onder HAAN, DRAAD, KRUIS enz ;
hij bezit geen rooden (halven) cent, hij bezit totaal niets.