Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 29-11-2018

Ronddraaien

betekenis & definitie

Ronddraaien - (draaide rond, heeft en is rondgedraaid), in de rondte draaien, om eene as of in een cirkel: wat draait die mallemolen snel rond ; hij draait den heelen avond om het huis rond, beweegt zich, blijft in de nabijheid van het huis; om een meisje ronddraaien, in haar nabijheid trachten te blijven.