Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 29-11-2018

Regent

betekenis & definitie

Regent - m. (-en), bestuurder, beheerder, bewindhebber;

— bestuurder van een liefdadigheidsgesticht, wees-, ziekenhuis enz.;
— rijksbestuurder (voor en namens een minderjarigen of afwezigen souverein of als deze buiten staat is de regeering voort te zetten);
— hoogste inlandsche ambtenaar in de residentiën op Java, die den resident terzijde staat:
— naam van den grootsten diamant in de Fransche kroon, de regent van Pitt, op eene waarde van 12 mill. frank geschat.