Regel betekenis & definitie

Regel - m. (-s, -en), liniaal, werktuig waarlangs lijnen worden getrokken; — zware lat; — ijzeren staaf; — reeks woorden, naast elkander geschreven, gezet of gedrukt: nog een paar regels schrijven; op die bladzijde staan 30 regels; de vierde regel v. o. (van onderen); een regel overslaan; op een nieuwen regel beginnen; de groote regels (grooter gedrukt) zijn voor den eersten leerkring, de kleine regels (kleiner gedrukt) voor den tweeden; — tusschen de regels doorlezen, begrijpen en verstaan, wat niet uitdrukkelijk gezegd is; — je moet tusschen de regels door kunnen lezen, de beweegredenen zien waarom men zoo handelt; — schrijf mij een paar regels; een regeltje of wat, een klein briefje; — lange regel korte regel, een kinderspel, waarbij een aantal kinderen naast elkander gearmd zich zingend voortbewegen en de geheele breedte der straat trachten te beslaan; — waarnaar men zich richt, richten kan of te richten heeft, wat blijkens de ervaring gewoonlijk geschiedt : geen regel zonder uitzondering; de uitzonderingen bevestigen den regel; in den regel komt hij te laat, gewoonlijk; — het is een vaste regel, gebruik;—ik houd van vaste regelen, beginselen, gewoonten; — in dat gezin heerscht geen regel, alles gaat er onordelijk toe; — grondslag, maatstaf, voorbeeld, model: een regel volgen, toepassen voorschrijven; zich aan geen regels storen; iets tot regel nemen; een gulden regel, eene wijze vermaning, een goede raad; — bepaling, voorschrift, waarnaar men zich richten moet; de regels voor de spelling, voor de geslachten, van het kaartspel; — de vier hoofdregels der rekenkunde, optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en deelen; — kettingregel, zie aldaar; — den regel van drieën opzetten, zie DRIE; — iem. den regel van drieën voorschrijven, hem nauwkeurig zeggen, waar het op staat; — kerkvoorschrift, inz. de derde regel van de orde van Sint Franciscus, die gemaakt is voor personen, die in de wereld leven: in den regel zijn; hij is ook van den regel; — menstruatie: dat meisje heeft de regels nog niet, bij haar is de puberteit nog niet ingetreden; het uitblijven der regels is geen vast teeken van zwangerschap; — zij heeft zwaar, erg de regels, raakt bij de maandelijksche vloeiing veel bloed kwijt; — zij heeft de regels maar twee dagen, de menstruatie duurt bij haar maar twee dagen. REGELTJE, o. (-s).