Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 29-11-2018

Regeering

betekenis & definitie

Regeering - v. (-en), het regeeren; bestuur, bewind: onder, tijdens de regeering van Napoleon; zijn opvolger in de regeering; aan de regeering komen; de regeering aanvaarden, neerleggen; de teugels der regeering strakhouden, streng regeeren;

— oppergezag, overheid: eene despotieke, tyrannieke regeering;
— een of meer personen aan welke het opperbestuur is opgedragen; hij heeft zich tot de regeering gewend;
— tijd gedurende welken een vorst regeert: onder de regeering van;
— de stadsregeering, het gemeentebestuur;
— hij zit in de regeering, maakt deel uit van het bestuur.