Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 22-11-2018

Redeloos

betekenis & definitie

Redeloos - bn. bw. (...loozer, -t), zonder rede, verstand: het redelooze vee;

— van zijn gezond verstand beroofd: het volk was redeloos;
— zoo echt redeloos kan hij te werk gaan.
REDELOOSHEID, v. gebrek aan verstand, domheid.