Redeloos - bn. bw. (...loozer, -t), zonder rede, verstand: het redelooze vee;
— van zijn gezond verstand beroofd: het volk was redeloos;
— zoo echt redeloos kan hij te werk gaan.
REDELOOSHEID, v. gebrek aan verstand, domheid.
Log hier in om direct te kunnen beginnen met schrijven.