Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 22-11-2018

2018-11-22

Redden

betekenis & definitie

Redden - (redde, heeft gered), iem. of iets aan een gevaar onttrekken: iem. uit het water, van den dood redden; iemands leren redden; zij hebben niets uit den brand gered;

— zijn naam, zijne eer redden, zorgen dat zijn naam, zijne eer bij iets onbezoedeld blijft;
— verlossen: iem. uit de klauwen van den drankduivel redden; iem. redden uit de handen van een woekeraar;
— uit eene verlegenheid helpen: die inval redde hem; met een honderd gulden ware hij te redden geweest, maar niemand wilde ze hem geven;
— van den slechten weg terugbrengen; zijt gij gered? (opschrift boven eene zaal van het Heilsleger): getuigen en redden;
— zich redden, aan een gevaar ontsnappen: hij redde zich door de vlucht;
— uit eene verlegenheid geraken: hij zal zich met zijn Fransch wel weten te redden;
— hij kan zich goed redden, hij is bij de hand, (ook) hij verkeert in goeden doen;
— in orde komen, zich schikken: de zaak zal zich wel redden, heb maar geen zorg; alle wereldsche zaken redden zichzelf.