Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 24-02-2020

Punt

betekenis & definitie

Het begrip punt heeft 2 verschillende betekenissen:

1. punt - punt - Punt v, (-en), spits, uiteinde : de punt eener naald, van een degen;
— (fig.) iem. voor de punt eischen, tot een tweegevecht uitdagen;
— hij is meester op de punt, is meester op den degen;
— de punt van een potlood, van eene sigaar, van den neus; loopen op de punten van de teenen;
— (fig.) hij zuigt er eene punt aan, hij rafelt het veel te veel uit, blijft er veel te lang over spreken;
— (fig.) daar kun je een puntje aan zuigen, dat kun je vrij ten voorbeeld nemen, dat doe je hem zoo gauw niet na;
— thee met witte puntjes, slappe, bijgeschonken thee;
— (plat) eene punt zetten, vleeschelijke gemeenschap met eene vrouw plegen;
— uithoek, landpunt; de uitstekende punten van een land;
— soort van gebak in den puntvorm, gewoonlijk 1/16 of 1/20 van een cirkelvlak;
— sluitteeken aan het uiteinde van een volzin : de dubbele punt; de kommapunt;
— stip op eene i of ij : de punten op de i’s vergeten:
— (spr.) de puntjes op de i zetten, zeer nauwgezet, nauwlettend te werk gaan;
— eene der stippen waarmede in ’t Hebreeuwsch soms de klinkers worden afgebeeld, de letters gewijzigd; een Hebreeuwsche Bijbel met punten; hij kan het Hebreeuwsch zonder punten lezen;
— (muz.) teeken naast eene muzieknoot geplaatst, om aan te wijzen, dat die noot de helft van hare waarde langer moet aangehouden worden, terwijl eene tweede punt de helft van de eerste geldt; (ook) teeken boven eene noot dat te kennen geeft dat de toon moet afgestooten worden;
— zekere maat voor visch : schol per punt verkoopen; aangekomen: schuiten met 4 tot 30 punten rog. PUNTJE, o. (-s).

2. punt - punt - Punt o. (-en), grens eener lijn: een mathematisch punt is zonder afmetingen; eene rechte lijn wordt bepaald door twee punten;
— zeer kleine stip : punten en streepjes zetten; naar punten laten teekenen: sterren schijnen ons lichtende punten toe;
— wat zeer weinig is : een puntje suiker is er nog; een puntje zout, zooveel als op de punt van een mes kan liggen;
— plaats die door het een of ander juist bepaald is : het punt waar de zon opgaat, om 12 uur staat, zich nu bevindt; punt waar twee lijnen elkander ontmoeten, raken, snijden; alle krachten in één punt samentrekken; het punt van drukking;
— de doode punten bij eene stoommachine, de twee gevallen dat de krukstang in het verlengde van de zuigerstang is; staat de machine zoo dan kan zij geen werk doen, alvorens men haar over het doode punt heengebracht heeft;
— de Kamer was op het doode punt gekomen, de twee hoofdpartijen waren even sterk, zoodat er niets meer van belang kon verricht worden;
— gevaarlijke, ontoegankelijke punten op de bergen; dat is hier één der schoonste punten van ons land; het punt van waar men eene zaak beschouwt, standpunt;
— plaats die eene zekere grens vormt: men mag wel gekscheren, doch tot een zeker punt;
— punt van verzadiging, wanneer eene oplossing verzadigd is; zie verder : kookpunt, smeltpunt;
— tijdstip : hij was op het punt van te vertrekken; hij was op het punt om alles te verliezen;
— (bij het spel) eenheid waarnaar het winnen of verliezen berekend wordt: hij gaf hem 20 punten voor; hij maakte 30 punten achter elkander;
maat waarnaar de drukletters berekend worden = 3/4 mM. : de nonparel is 6 punten, de brevier 7 1/2 punt en de mediaan 11 punten hoog;
— deel van een onderwerp : punten voor een opstel; eene zaak punt voor punt nagaan; punt voor punt iets behandelen; iem. weerleggen; dit punt behandelde hij goed;
— duistere punten ophelderen, deelen van eenig onderwerp, wier beteekenis niet helder genoeg is;
— een punt van behandeling ergens van maken, eenig onderwerp opzettelijk behandelen;
— punten van een beschrijvingsbrief voor eene vergadering, onderwerpen die aan de orde zullen komen;
— dat is een teer, een netelig punt;
— het punt in kwestie, het onderwerp waarvan juist sprake is;
— op het punt van eer is hij zeer gevoelig, hij acht zich spoedig beleedigd;
— in die punten ben ik het met den vorigen spreker eens, in die onderdeelen;
— de voorloopige punten van een verdrag opstellen, de hoofdzaken voorloopig vaststellen;
— dat is een gevaarlijk punt om over te spreken, een gevaarlijk onderwerp;
— over dat punt moet ge hem eens onderhouden, over die zaak;
— iets tot in de puntjes weten, tot in de kleinste bijzonderheden;
— de fijne puntjes gaan er af, de bijzonderheden weet men niet goed meer;
— op de puntjes letten, op de kleinigheden;
— het is in de puntjes, onberispelijk, juist zooals het behoort. PUNTJE, o. (-s).