Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 22-11-2018

Portefeuille

betekenis & definitie

Portefeuille - v. (-s), brieventasch, tasch voor papieren en schrijfbehoeften: die schrijver heeft nog veel in portefeuille, veel werken die nog niet verschenen zijn; aandeelen, bankpapier, iets in portefeuille hebben, in voorraad;

— koeharen zak waarin de stearine ten behoeve der kaarsenfabricatie geperst wordt;
— (fig.) ambt van minister: de portefeuille van binnenlandsche zaken; de portefeuille nederleggen, ontslag nemen als minister; de portefeuille aannemen, aanvaarden, de benoeming tot minister aannemen; van portefeuille verwisselen, als minister aan een ander departement optreden; minister zonder portefeuille, lid van den ministerraad zonder bepaald ressort.