Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 22-11-2018

Planeet

betekenis & definitie

Planeet v. (...eten), donkere bol, die in eene elliptische baan zich om eene vaste ster, inz. om de zon beweegt en van haar licht en warmte ontvangt;

— de binnenplaneten, die niet zoo ver als de aarde van de zon verwijderd zijn;
— de buitenplaneten, die op grooteren afstand dan de aarde om de zon wentelen;
— de kleine planeten, de asteroïden tusschen Mars en Jupiter;
— (fig.) de oorzaak van alles wat hier op aarde geschiedt, lot, noodlot, voorbeschikking: hij is onder eene ongelukkige planeet geboren, hij heeft veel tegenspoed;
— iem. zijne planeet stellen, lezen, trekken, uit den onderlingen stand der sterren hem zijn toekomstig lot voorspellen;
— blaadje papier waarop iemands toekomstig lot te lezen staat; (op kermissen) planeet trekken, dames! slechts 10 cent.
PLANEETJE, o. (-s).