Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 24-02-2020

Patent

betekenis & definitie

Het begrip patent heeft 2 verschillende betekenissen:

1. patent - patent - o. (-en), (oudt.) open brief, giftbrief, vrijheidsbrief;
— (in Engeland bv.) octrooi aan uitvinders of verbeteraars van verschillende zaken;
— inz. in ons land bewijs dat iem. bevoegd is tot het uitoefenen van handel, beroep, bedrijf of handwerk : patent nemen, aanvragen; het recht dat hij hiervoor moest betalen; in 1893 afgeschaft. PATENTJE, o. (-s).

2. patent - patent - bn. bw. (-er, -st), (van personen) goed, rond en eerlijk : een patent mensch;
— opperbest, uitstekend: dat is patent; er patent uitzien.