Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 22-11-2018

Overzijde

betekenis & definitie

Overzijde -

...ZIJ, v. tegenovergestelde zijde: hij woont aan de overzijde (der straat); de overzijde heeft den geheélen dag de zon; de wind komt van de overzijde; aan de overzijde van het graf, hiernamaals.