Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 22-11-2018

Overdrijven

betekenis & definitie

Overdrijven (dreef over, heeft en is overgedreven), naar de overzijde drijven: de plank is overgedreven;

— voorbijtrekken: het onweder is overgedreven;
—, (overdreef, heeft overdreven), (eig.) te sterk drijven (vee enz.); (fig.) te ver gaan met iets, niet op de juiste maat letten: hij overdrijft alles: zijne studie, zijn uitgaan enz.;
— de grenzen der waarheid te buiten gaan, vergrooten, overdreven voorstellen; hij kan niets vertellen zonder te overdrijven. OVERDRIJVING, v. (-en), het overdrijven: overdrijvingen schaden altijd.