Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 22-11-2018

2018-11-22

Opzichter

betekenis & definitie

Opzichter - m. (-s), OPZICHTSTER, v. (-s), die met eenig opzicht of toezicht belast is; inz. beambte die het toezicht houdt bij den bouw of op het onderhoud van bouwwerken : de opzichters der fortificatiën; opzichter bij de landsgebouwen.