Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 22-11-2018

Ophelderen

betekenis & definitie

Ophelderen (helderde op, heeft en is opgehelderd), een nieuwen glans krijgen : ge moet de tafel met warme doeken opwrijven, daarvan zal zij ophelderen;

— helderder worden : de 'ruiten, de spiegel is goed opgehelderd;
— het weer, de hecht heldert op, de wolken verminderen;
— zijn gelaat helderde daarvan op, hij werd opgeruimder, keek vroolijker;
— toelichten, verduidelijken, verklaren : een moeilijk gedicht, iets raadselachtigs ophelderen;
— iets met een voorbeeld ophelderen;
— een misverstand, ophelderen, uit den weg ruimen;
— mijn gedrag zal ik ophelderen, de verklaring van mijn gedrag zal ik geven. OPHELDERING, v. (-en); iem. ophelderingen vragen, in-, toelichtingen.