Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 22-11-2018

Oorzaak

betekenis & definitie

Oorzaak v. (...zaken), datgene wat noodwendig een zeker gevolg met zich brengt, voor zoover iets anders dit niet belet: het groot worden is de oorzaak veler smarten; wat de naaste oorzaak harer kwaal is, is voor mij iets onbekends;

— (spr.) gelijke oorzaken (hebben) gelijke gevolgen; kleine oorzaken hebben soms groote gevolgen;
— (fig.) van God: de oorzaak aller dingen.