Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 01-11-2018

2018-11-01

Ontluiken

betekenis & definitie

(ontlook, heeft en is ontloken) ontsluiten, van bloemen die haar kelk openen : nauwelijks heeft eene bloem haar knop ontloken of de eerste stormwind blaast en werpt heur bladers af;

— zich ontsluiten: er zijn bloemen die des nachts ontluiken;
— (fig.) zich ontwikkelen, ontstaan : ik zag die deugden in het jeugdig hart ontluiken; een ontluikend talent;
— (dicht, van het licht) aanbreken : O God, doe haast den dag der wraak aan deze kim ontluiken. ONTLUIKING, v. het ontluiken.