Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 01-11-2018

Onmiddellijk

betekenis & definitie

bn. bw. niet teweeggebracht door middel van redenering: de onmiddellijke, eerste aandoening; een onmiddellijke gewaarwording;

rechtstreeks, niet door tussenkomst van derden plaats hebbende : hij ontving onmiddellijke mededeling van al het verhandelde; onder de onmiddellijke invloed van iem. staan;
—■ niet door andere personen of zaken van elkaar gescheiden: zijn onmiddellijke superieur; in de onmiddellijke nabijheid van de stad, zeer dichtbij;
— bw. vlak : een gitzwarte slavin ging onmiddellijk achter haar;
— rechtstreeks: dit volgt onmiddellijk uit het voorafgaande; •
—• dadelijk daarop : hij kreeg een kogel in de borst en was haast onmiddellijk dood;
— ik kom onmiddellijk, dadelijk, terstond; hij vertrok onmiddellijk, onverwijld.