Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 01-11-2018

Onderwijs

betekenis & definitie

Onderwijs o. terechtwijzing in eenig bepaald geval (veroud.); inz. in toepassing op de mededeeling van de geloofswaarheid : den Heiligen Geest zij eer en prijs ! hij wil door goddelijk onderwijs ons in de waarheid leiden;

— geregeld onderricht in vakken van wetenschap of kunst: godsdienstig, leerstellig, catechetisch onderwijs; hij geeft sinds jaren onderwijs in het vioolspel;
— inz. het onderricht dat op lagere of hoogere scholen wordt gegeven : lager, middelbaar, hooger onderwijs;
— openbaar onderwijs, vanwege den staat of de gemeente verstrekt en voor ieder toegankelijk;
— bijzonder onderwijs, voor rekening van een bijzonder persoon of eene vereeniging gegeven en vaak alleen toegankelijk voor kinderen van eene zekere kerkelijke kleur;
— neutraal onderwijs, waarbij alle dogma onaangeroerd blijft;
— klassikaal onderwijs, aan eene geheele klasse kinderen tegelijk gegeven;
— hoofdelijk onderwijs, aan ieder kind afzonderlijk;
— bij het onderwijs zijn, onderwijzer zijn, bepaaldelijk aan eene lagere of middelbare school.