Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 01-11-2018

Onbetwistbaar

betekenis & definitie

bn. bw. (-der, -st), niet betwist kunnende worden, niet te betwisten, ontegenzeglijk, onloochenbaar, onwraakbaar: onbetwistbare waarheid; Bilderdijks eenzijdigheid is onbetwistbaar; een kunstenaar wiens talent onbetwistbaar is;

— niet door eenige aanspraken van anderen met recht te bestrijden : dit huis is zijn onbetwistbaar eigendom;
— bw. van wijze, ontegenzeglijk, buiten kijf: zij waren schoon, onbetwistbaar, onbeschrijfelijk schoon;
— onwedersprekelijk: het staat iedere moeder onbetwistbaar vrij, ook in de opvoeding, haar eigen licht te volgen.
ONBETWISTBAARHEID, v.