Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 01-11-2018

Onbesproken

betekenis & definitie

bn. bw. onberispelijk, te goeder naam en faam bekend, zoo zuiver van handel en wandel, dat er niets op te zeggen, niets op aan te merken valt: wij verheugen ons heden ten dage in het bezit van onbesproken rechtscolleges; onbesproken van gedrag;

— door niemand onbesproken, bij iedereen in kwaad gerucht staande: een jongeling, van onbesproken gedrag; iemands goeden en onbesproken naam op de eerlooste wijze bezwalken;
— (Zuidn.) onbetwist, door niemand betwist, door iedereen als wettig en geldig erkend : de vorst heerschte met machtig en onbesproken gebied;
— iets onbesproken laten, er niet over spreken,
— iets niet onbesproken laten, niet nalaten het mondeling of schriftelijk te behandelen; dat zal niet onbesproken blijven, daar zal men veel over spreken; dat teere punt moeten wij liever onbesproken laten;
— niet besproken, niet vooraf besteld, en bijgevolg, vrij, voor ieder beschikbaar (van plaatsen in een schouwburg, op een concert, in een wagen enz.): in de loge hiernaast zijn nog een paar onbesproken plaatsen;
— bw, van wijze, op zoodanige wijze dat men niet besproken wordt, dat er niets op te zeggen valt, onberispelijk: hij had zich altijd zedig en onbesproken gedragen. ONBESPROKENHEID, v. onberispelijkheid, goede naam en faam.