Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 01-11-2018

2018-11-01

Onberispelijk

betekenis & definitie

bn. bw. (-er, -st), geenerlei aanleiding gevende tot eenige berisping: (bijb.) God is een verschrikkelijk, onberispelijk en rechtvaardig rechter; op het papier is hij een onberispelijk man, maar in den omgang onuitstaanbaar; een onberispelijk leven leiden; een mond die onberispelijk was evenals de ronding der kin; zijn hoed was altijd onberispelijk en van het laatste model;

— bw. van wijze, op eene onberispelijke wijze : zij speelde het muziekstuk volkomen onberispelijk; hij schreef onberispelijk. ONBERISPELIJKHEID, v.