Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 01-11-2018

Onbekrompen

betekenis & definitie

bn. bw. (-er, -st), niet bekrompen, ruim, overvloedig: eene onbekrompen beurs; eene onbekrompen inrichting, waarbij men op geen kosten gezien heeft;

— eene onbekrompen denkwijze, niet kleingeestig;
— onbekrompen leven, waarbij men in ’t geheel geen geldzorgen kent.