Gepubliceerd op 27-09-2018

Nieuweling

betekenis & definitie

Nieuweling m. en v. (-en), onlangs, pas aangekomene: de nieuwelingen aan de Militaire Academie bestempelt men met den naam van baren;

— (Ind.) pas uit China aangekomen contract-koelie; onervaren mensch: hij is nog een nieuweling in het vak. NIEUWELINGE, v. (-n).

< >