Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 27-09-2018

Neuzen

betekenis & definitie

Neuzen (neusde, heeft geneusd), in de boeken neuzen, kijken, met den neus in de boeken zitten;

hij kwam eens neuzen, eens kijken, inz. om zich. van iets op de hoogte te stellen, zich van iets te overtuigen;
— kijk hij neuzen, den boel verkennen, bespieden;
— (w. g.) door den neus spreken.