Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 27-09-2018

2018-09-27

Nadeel

betekenis & definitie

Nadeel o. (-en), het kwaad dat voor iem. uit iets ontstaat en hem achter doet staan bij anderen die er voordeel van hebben, schade, verlies: iem. nadeel toebrengen; nadeel van iets ondervinden;

— schande, oneer: ik zal niets ten nadeele van hem zeggen.