Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 27-09-2018

Minst

betekenis & definitie

Minst bn. bw. overtreffende trap van min en weinig, geringste, kleinste: ik zie hierbij de minste fout niet door de vingers; hij heeft in die oefening de minste fouten gemaakt; tegen den minsten prijs verkoopen; van al die dames is zij de minst bevallige; dat heeft niet de minste waarde;

— als z. n. hij weet er niet het minste van, volstrekt niets van; ik had er in ‘t minst geen erg in, volstrekt geen erg; ik ten minste, ik althans; op zijn minst, minstens, ten minste genomen.