Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 19-09-2018

Lont

betekenis & definitie

Lont v. (-en), aangestoken touw, dat branden blijft en dient om andere voorwerpen vuur te doen vatten: de lont van een kanon; gezwinde lont, bestaat uit katoenen draden, die in een mengsel van gemalen kruit en brandewijn, waarin een weinig Arabische gom is opgelost, geweekt zijn;

— (fig.) lont ruiken, onraad vermoeden, de lucht van iets krijgen.