Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 19-09-2018

2018-09-19

Listig

betekenis & definitie

Listig bn. bw. (-er, -st), list bezittende of gebruikende; loos, geslepen, doortrapt: een listig mensch; de goddelooze bedenkt listige aanslagen; wij moeten dat listig aanleggen. LISTIGHEID, v.