Levend betekenis & definitie

LEVEND, bn. het leven genietend, in leven zijnde: de levende wezen; — levende bloemen, in tegenst. met kunstbloemen; — (fig.) ik vond er geen levende ziel, niemand; ketters werden levend verbrand; — levende beelden, groepeeringen van levende personen als beelden, tableaux vivants; — in levenden lijve stond hij voor mij, springlevend; — de levende hand, de bezitter, erfgenaam, die in leven is; — bij levenden lijve iets weggeven, terwijl men nog leeft; levend vleesch; — de levende talen, de hedendaagsche talen, in tegenst. met de doode: de Hebreeuwsche. Latijnsche enz.; — levend water, stroomend of wellend; — levende kalk, ongebluschte; — het levend werk van een schip, gedeelte van een schip dat onder water is;—hellingen door middel van de levende kracht van den trein te beklimmen, werkzame kracht.

Laatst bijgewerkt 19-09-2018