Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 24-02-2020

Leg

betekenis & definitie

Het begrip leg heeft 3 verschillende betekenissen:

1. leg - LEG, m. het eieren leggen der vogels kippen die nog aan den leg zijn; een kip van den eersten leg.

2. leg - LEG, v. (-gen), LEGGE, v. (-n), (gemeenz.) eierstok (van hoenders, eenden en ganzen).

3. leg - LEG, v. (-gen), het eenmaal leggen en ophalen van het vischnet;
— plaats in eene sloot enz.

waar veel visch zit;
— hoeveelheid koren dat de maaier telkens als los hoopje neerlegt;
— laag schooven op den dorschvloer.