Kwaal betekenis & definitie

KWAAL, v. (kwalen), eene langdurige, slepende ziekte: eene ongeneeslijke kwaal; eene verouderde kwaal; eene kwaal onder de leden hebben; borstkwaal, hartkwaal;

— (fig.) het middel is erger dan de kwaal;
— dat is de kwaal van den dag, het gebrek dat zich tegenwoordig algemeen vertoont;
— kwelling, marteling ijverzucht is eene helsche kwaal;
— algemeene ramp, geesel: ophooping van kapitaal beschouwde hij als de kwaal onzer maatschappij.