Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 13-09-2018

2018-09-13

Koepel

betekenis & definitie

m. (-s), rond dak, ronde kap: de koepel van de St. Pieterskerk te Rome;

— tuinhuisje (al of niet met zulk een dak): de familie zat thee te drinken in den koepel. KOEPELTJE, o. (-s).