Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 13-09-2018

Knabbelen

betekenis & definitie

KNABBELEN, (knabbelde, heeft geknabbeld), knagen (met kleine beten): aan een stukje kaas knabbelen; muizen hebben dat stuk geknabbeld; (fig.) het water knabbelt aan den oever. KNABBELING, v. (-en), het knabbelen, geknabbel.