Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 13-09-2018

Klagen

betekenis & definitie

KLAGEN, (klaagde, heeft geklaagd), smartelijke gewaarwordingen door geluiden of woorden openbaren de zieke lag te klagen; zij klaagt gedurig;

— over iem. of iets klagen, zijn misnoegen of ontevredenheid daarover uiten;
— gij zult over mij niet te klagen hébben, gij zult over mij tevreden zijn;
— bij den Burgemeester klagen, zijn beklag indienen;
— zijne smartelijke gewaarwordingen enz. aan iem. door woorden openbaren iem. zijn nood klagen;
— ’t is God geklaagd, ’t schreit ten hemel, 't is meer dan erg;
— hij klaagt steen en been, (Zuidn. ook) hij klaagt putten in (of steenen uit) den grond, hij klaagt vreeselijk. KLAGING, v. het klagen, beklag.