Kenbaar betekenis & definitie

KENBAAR, bn. (-der, -st), gekend kunnende worden: hij is uit honderden kenbaar; iem. iets kenbaar maken, doen kennen ik heb hem mijne bezwaren kenbaar gemaakt, medegedeeld. KENBAARHEID, v. eigenschap, waardoor zich iets doet kennen.

Laatst bijgewerkt 13-09-2018