Gepubliceerd op 13-09-2018

Kelen

betekenis & definitie

1. KELEN, (keelde, heeft gekeeld), een varken kelen, slachten, door de keel af te snijden en te laten doodbloeden; iem. kelen op wreede wijze ombrengen; (fig.) iem. ruïneeren. KELING, v. het kelen.

2. KELEN, bn. (wapenk.) rood.
3. KELEN, v. mv. het paar borsttongbeenspieren van den kabeljauw lippen en kelen gelden voor het fijnste, dat de kabeljauw oplevert.

< >