Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 13-09-2018

2018-09-13

Kattebak

betekenis & definitie

m. (-ken), bak, waaruit de kat gewoonlijk eet; (ook) bak met zand gevuld, waarin de kat haar gevoeg doet;

— (gew.) zitplaats achter aan sommige rijtuigen; (zegsw.) in den kattebak zijn, niet erg wel zijn.