KANTOORAGENDA, v. (-’s),
...ALMANAK, m. (-ken), agenda, almanak voor kantoorgebruik;
...BEDIENDE, m. (-n), schrijver, klerk;
...BEHOEFTEN, v. mv. al wat tot het schrijven (op een kantoor) noodig is;
...BOEK, o. (-en);
...BUS, (-sen), brievenbus voor een kantoor;
...CHEF, m. (-s), hoofd van het kantoor;
...GEBRUIK, o. (-en).