Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 13-09-2018

Invloed

betekenis & definitie

INVLOED, m. (-en), uitwerking van de eene zaak op de andere : de temperatuur der lucht heeft invloed op de snelheid van voortplanting van het geluid; de drukking der lucht is daarop echter niet van invloed;

— zedelijke uitwerking van den eenen persoon op den anderen, vermogen, gezag, overwicht: invloed hebben, invloed oefenen of uitoefenen, van invloed zijn, zijn invloed doen gelden, aanwenden; als oud vriend hebt gij misschien nog invloed op hem;
— hij heeft veel invloed aan het hof, hij vermag daar veel;
— hij staat onder den invloed zijner vrouw, onder de macht van haar wil.