Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Hombaars

betekenis & definitie

HOMBAARS, m. (...baarzen), mannetjesbaars; evenzoo hombokking,

...haring,
...karper enz., mannetjesbokking, enz. .