Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Hofrijtuig

betekenis & definitie

HOFRIJTUIG, o. (-en), hofkoets;

...ROUW, m. rouw door een hof aangenomen;
...SCHANDAAL, o. (...schandalen), schandaal dat aan het hof heeft plaatsgegrepen;
...SLEEP, m. het hof met zijn geheelen aanhang;
...STAD, v. residentie van den vorst, (in ons land) ’s-Gravenhage.